Taal is belangrijk om radicalisme te begrijpen

CIRRA - Brahim spreekt

Docent en imam in Kortrijk Brahim Bouzarif vindt dat de rol van taal binnen het radicaliseringsproces onderbelicht blijft: ‘Jongeren hebben weinig affiniteit met taal, zeker met religieuze taal, de taal van de Koran.’

CIRRA - Brahim spreekt

‘Dezelfde gemeenschap van lijden brengt harten dichter bij elkaar, doet haat wegsmelten, schept sympathie tussen onverschillige mensen en zelfs tegenstanders. Degenen die dat ontkennen, begrijpen niets van de menselijke psyche. Fransen en Duitsers keken elkaar aan en zagen dat het allemaal gelijkgestemde mannen waren. Ze glimlachten naar elkaar, wisselden woorden uit, handen werden uitgestrekt en er werd geknuffeld, tabak werd gedeeld, een kwart sap of pinard. Ah, als we maar dezelfde taal hadden gesproken.’

Taal is belangrijk om radicalisme te begrijpen.

Bovenstaand is een citaat van de Franse soldaat Louis Barthas en dateert uit 1915. We kunnen er een diep verlangen naar vrede uit aflezen. De Eerste Wereldoorlog was toen reeds een jaar gaande en ‘de taal van vrede en menselijkheid’ was ver zoek. Het was de taal van (over)heersen en van harde wetenschap die de overhand nam, hetgeen ertoe leidde dat de soldaten in wezen op dat moment niet langer dezelfde taal spraken. Mijn vraag is: In hoeverre spreken ‘wij’ vandaag dezelfde taal als de soldaten een eeuw geleden?

Jarenlange ervaring met moslimradicaliseringsdossiers heeft mijn collega’s Khalid Benhaddou, Saïd Aberkan en mezelf doen constateren dat de problematiek rond taal niet de enige, maar een belangrijke reden kan zijn voor de verklaring van het fenomeen radicalisme. Jongeren hebben weinig affiniteit met taal, zeker met religieuze taal, de taal van de Koran. De vraag is niet of de koran kiemen van geweld in zich draagt, maar eerder hoe een dergelijk discours begrepen dient te worden. Hiermee zitten we in het domein van de hermeneutiek. Zonder uitzondering zit bij ieder dossier die we met het Platform van Vlaamse Imams en Moslimdeskundigen begeleiden geen enkel persoon die affiniteit heeft met de taal – in de ruime betekenis van het woord – van de Koran, gezien deze immers een sleutel tot een rationele islam kan zijn waar we al jaren voor pleiten als platform.

Zowel religie als filosofie hebben doorheen de geschiedenis enorm veel aandacht geschonken aan taal. Het belang van taal werd reeds in de vroege oudheid onderstreept. Ook in de Koran komt het belang van taal naar voren in een verhaal waar God over Adam spreekt: ‘En Hij (God) heeft Adam de naam van alle dingen geleerd.’

Voor de mens is taal het instrumentarium bij uitstek om uiting te geven aan gevoelens of ideeën. Niettemin schiet taal als medium soms tekort om gevoelens of ideeën in hun totaliteit te verwoorden. Taal doet in zekere zin onrecht aan de werkelijkheid die het wil verklaren, gezien die werkelijkheid multidimensionaal is. Het omvat weliswaar de mens met zijn gevoelens en ideeën, maar ook zijn cultuur, beschaving en filosofie. Daarom vormt het een immense uitdaging voor de mens om middels taal al die aanwezige dimensies onder woorden te brengen. De taal gaat kortom, op reductionistische wijze om met die multidimensionale werkelijkheid.

De oude Arabische taalgeleerden hadden deze complexiteit van de werkelijkheid vroeg ontdekt en hanteerden daarom twee verschillende termen in hun literatuur, met name; ‘al-lisaan’ (spraak) en ‘al-lugha’ (taal).

Met de eerste term verwijst men naar de werkelijkheid in al zijn dimensies, terwijl de tweede naar de taal als communicatiemiddel verwijst. De oude Arabische taalgeleerden haalden hun inspiratie voor dit onderscheid uit de Koran. Nergens in de Koran komt de term allugha (taal als communicatiemiddel) voor. De Koran gebruikt echter de term al-lisaan (spraak), want al-lisaan is alomvattend en verwijst naar een dieperliggende betekenis. Het verwijst naar een waarheid die van een andere orde is dan de orde die men via al-lugha kan verklaren. Het is dan ook geen toeval dat de Arabische lexicograaf Ibn Man?ur zijn woordenboek Lisanu al-‘Arab noemde en niet Lughatu al-‘Arab. Ook As-shafi’i gebruikt in zijn boek al-rissalah niet de term al-lugha, maar al-bayan dat min of meer als synoniem van al-lisaan kan worden beschouwd.

Maar toen de lezer van de Koran meer en meer van de Arabische taal vervreemde en er een vorm van taalontvoogding plaatsvond, maakte hij geen onderscheid meer tussen die twee ‘vormen’ van taal. Hij probeerde de werkelijkheid middels de communicatieve taal te begrijpen en onder woorden te brengen. Dit zorgt niet enkel voor verwarring maar ook voor een zekere afkeer van het religieuze, waardoor de essentie en de schoonheid van het geloof voor een groot deel verloren gaat. De lezer gebruikt de empirische of beschrijvende taal, daar waar hij eerder een holistische en onthullende taal zou kunnen of moeten hanteren. Een taal die de lezer in een zekere richting doet denken, een ‘religieuze’ taal zoals de Britse filosoof en Anglicaans bisschop Ian Thomas Ramsey in zijn disclosure theory mooi beschrijft.

Toen de lezer van de Koran meer en meer van de Arabische taal vervreemde en er een vorm van taalontvoogding plaatsvond, maakte hij geen onderscheid meer tussen die twee ‘vormen’ van taal.

Wanneer de mens die twee taalvormen door elkaar gebruikt, en daarmee wat aan God toekomt aan Caesar toekent, dan daalt God neer en verwart Hij de taal van de mens zodat zij geen van allen elkaars taal zullen begrijpen, zoals in Genesis 11 staat. Dit heeft de zevende eeuwse moslimmysticus en theoloog Hassan Al-Basri heel mooi samengevat met de zin: ‘De mens dankt zijn ondergang aan taalvervreemding. (Innama ahlakati annasa a’juma)’ Het is geen toeval dat de eerste moslims die naar geweld grepen in de islamitische geschiedenis geen Arabieren waren. Bijvoorbeeld het Azraqisme is een stroming binnen de islam die naar geweld grijpt om de sharia toe te passen. De stichter Nafi Ibn Azraq is volgens bepaalde bronnen een zoon van mawalie (een term die men gebruikt voor een bevrijde slaaf van vreemde origine).

Wittgenstein spreekt op zijn beurt van ‘gezwets’. De mens probeert met andere woorden zaken onder woorden te brengen die in feite onverwoordbaar zijn. ‘Was sich nicht sagen lässt, lässt sich nicht sagen. (Wat niet gezegd kan worden, kan niet gezegd worden)’ Of nog; in zijn zevende stelregel zegt hij: ‘Waarover men niet spreken kan, daarvoor moet men zwijgen.’ Maar het ‘gezwets’ is wel zinnig wanneer men deze via de taal van de literatuur, poëzie of religie kan uiten. Of als een toegang tot het mystieke om het op zijn ‘Wittgensteins’ uit te drukken. Dus religieuze uitspraken of al-lisaan mogen niet met feitelijke uitspraken of al-lughaverward worden.

Helaas is de religieuze taal, al-lisaan of poëzie niet meer populair, waardoor vooral jongeren bar weinig affiniteit meer hebben met literatuur die een dergelijke taal hanteert. Moslimjongeren bijvoorbeeld hebben nog maar weinig voeling met de taal (al-lisaan) van de Koran, met vaak triestige gevolgen. Het Arabisch van de Koran bulkt van de beeldspraak en is eigenlijk eerder poëtisch van aard is. Net dát, die ziel, die ruh wordt weggelaten en men houdt een kil discours met weinig diepgang over.

Dit is een van de redenen waarom iemand die niet met taal vertrouwd is een dergelijke discours niet begrijpt. Zo iemand beschouwt de inhoud en die taal zelfs als achterhaald. Maar in essentie spreken we feitelijk dezelfde taal. Het ‘authentieke’ Arabisch (al-lisaan) wordt niet begrepen en wordt droogweg in ‘omschreven’ (Nederlandse) taal omgezet. Men spreekt dan van een ‘vertaling’ maar het is per definitie slechts een ‘weergave, want traduire, c’est trahir. Het is een fenomeen dat jammer genoeg ook vele andere belangrijke werken van de (wereld)literatuur te beurt valt, ongeacht de taal waarin die werken geschreven zijn. De rationele taal van de wetenschappen domineert vandaag waardoor de taal van de poëzie verwaarloosd wordt.

Het is geen toeval dat de eerste moslims die naar geweld grepen in de islamitische geschiedenis geen Arabieren waren.

Het klinkt wellicht paradoxaal, maar het radicalisme kan afnemen wanneer we meer investeren in de taal van de Koran en in de taal van poëzie en literatuur in het algemeen.

Het probleem van het radicalisme kan drastisch afnemen en de betekenis van de Koran kan duidelijker worden wanneer de religieuze mens al-lisaan of religieuze taal hanteert in zowel het Arabisch als het Nederlands. Op die dag zullen alle Vlamingen (ongeacht hun levensbeschouwing) naar elkaar kijken en inzien dat het allemaal gelijkgestemde Vlamingen zijn. Ze zullen naar elkaar glimlachen, woorden uitwisselen, handen zullen uitgestrekt worden, ze zullen elkaar knuffelen, tabak uitdelen en samen rijstpap met een gouden lepel eten. En ze zullen tegen elkaar zeggen: ‘Ah, als we maar dezelfde taal hadden gesproken.’